Nieuws

19
aug

Een nieuwe oude dag

Het pensioenakkoord: wat betekent dat voor u?

Op 4 juli 2020 waren minister Koolmees, de vakbonden en de werkgeversorganisaties het erover eens: er komt een nieuw pensioenstelsel. Dat moet er uiterlijk begin 2026 zijn. De plannen moeten nog verder uitgewerkt worden. Wat weten we nu al?

• Pensioen sneller omhoog én omlaag

Volgens de ‘hoofdlijnennotitie’ van minister Koolmees bewegen de pensioenen straks meer mee met de economie en de financiële markten dan nu. Gaat het goed met de economie en leveren de beleggingen veel geld op? Dan gaat het pensioen sneller omhoog. Gaat het minder goed? Dan gaat het pensioen sneller omlaag. Dat komt doordat de hoogte van het pensioen anders wordt bepaald.

Nu is het nog zo dat het aantal dienstjaren, het opbouwpercentage, het salaris en de hoogte van de AOW de hoogte van het pensioen bepalen. Straks bepalen de ingelegde premies en het beleggingsrendement hoeveel pensioenkapitaal er voor het pensioen is. Er is dan geen ‘rekenrente’ meer. En ook geen dekkingsgraad als graadmeter of de pensioenen omhoog of omlaag gaan.

We weten nog niet wat de plannen van minister Koolmees betekenen voor het pensioen van onze (ex-)werknemers en gepensioneerden. Voor onze ingegane pensioenen geldt immers nu geen verhoging. En bij een tekort is de werkgever verplicht om bij te storten. Kortom: de gevolgen van het pensioenakkoord hangen af van de keuzes die de sociale partners, het fonds en de werkgever maken.

• Kiezen uit een gezamenlijke of een eigen pensioenpot

Er komen straks twee alternatieven voor een nieuwe regeling. Daarin staan geen afspraken over de hoogte van het pensioen dat u krijgt (uitkeringsovereenkomst), maar over de premie die u en uw werkgever betalen (premieovereenkomst). De ene regeling heeft een ‘gezamenlijke pensioenpot’ voor alle deelnemers; de andere heeft een ‘individuele pensioenpot’.
In het pensioenakkoord staat dat uw werkgever en de werknemersvertegenwoordigers (bij Dow de Ondernemingsraad - OR) uiterlijk 1 januari 2024 moeten kiezen voor een van deze twee regelingen.

• Jongeren bouwen meer pensioen op

Voor de premie van alle deelnemers in een nieuwe regeling geldt straks hetzelfde percentage. De premie van een jongere levert meer kapitaal op, want die wordt langer belegd. De premie van een oudere levert minder kapitaal op, want die wordt korter belegd. Ouderen hebben tot de datum van de overgang natuurlijk al een groot deel van hun pensioen in het huidige pensioenplan opgebouwd.

• Nabestaandenpensioen voor alle fondsen hetzelfde

Nu zijn er nog veel verschillen tussen het nabestaandenpensioen van fondsen. Maar straks gelden dezelfde afspraken. Bijvoorbeeld dat de partner van de overleden werknemer maximaal 50% van het salaris krijgt. De partner van een overleden gepensioneerde krijgt 70% van het ouderdomspensioen.

Kinderen krijgen een wezenpensioen totdat ze uiterlijk 25 jaar zijn. De hoogte daarvan is maximaal 20% van het salaris van de overleden werknemer. Met de huidige regeling krijgen wezen - als ze nog studeren - uiterlijk tot hun 27e een uitkering.

• Regeling voor zware beroepen

Het kabinet gaat - samen met vakbonden en werkgeversorganisaties - kijken naar de mogelijkheid om mensen met een ´zwaar beroep´ eerder met pensioen te laten gaan. We weten nog niet hoe dit voor onze pensioenregeling uitpakt.

• 10% in één keer

Op uw pensioendatum mag u straks in één keer maximaal 10% van uw pensioen opnemen. Bijvoorbeeld om een deel van uw hypotheek af te lossen. Het pensioen dat u daarna elke maand krijgt, wordt daardoor lager. Dit gaat misschien al in 2022 in. Maar ook hier geldt: het is nog niet duidelijk hoe dit in de praktijk wordt geregeld. De verwachting is dat de overheid hierbij geen fiscale voordelen zal toestaan

Hoe gaat het verder?

Er komt eerst een wetsvoorstel. De Tweede en Eerste Kamer moeten dat goedkeuren. Daarna wordt de wet veranderd. Minister Koolmees wil de nieuwe pensioenregels in 2022 invoeren. Onze werkgever en de OR gaan ook aan de slag met een plan. Daarin staat onder andere:

• of ze kiezen voor een regeling met een gezamenlijke of een individuele pensioenpot;
• of - en zo ja, hoe - ze de opgebouwde pensioenen van dat moment willen omrekenen naar het nieuwe pensioen.

Daarna komen wij als fonds met een plan voor de overgang naar de nieuwe regeling. De overgang moet uiterlijk op 1 januari 2026 zijn afgerond.

Moet u nu actie ondernemen?

Nee, want uw pensioenregeling verandert op zijn vroegst na 2022 en op zijn laatst per 1 januari 2026. Krijgt u al pensioen? Ook dan verandert er voor u pas op zijn vroegst iets na 1 januari 2022. Dan beslist het bestuur hoe alle (opgebouwde) pensioenen en pensioenuitkeringen naar het nieuwe stelsel worden overgebracht. We houden u op de hoogte!

Hoe zit het met de AOW?

De AOW-leeftijd stijgt minder hard. Deze nieuwe regel is al op 1 januari 2020 ingegaan.

• Tot 2022 is de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden. Dat is gunstig voor de mensen die de komende jaren met pensioen gaan.
• Vanaf 2022 stijgt de leeftijd in stapjes naar 67 jaar in 2024.

Vanaf 2025 stijgt de AOW-leeftijd verder, maar minder snel dan eerder was afgesproken. Stijgt de levensverwachting met een jaar? Dan gaat de AOW-leeftijd met 8 maanden omhoog. En niet met 1 jaar, zoals nu. Dat is gunstig als u na 2024 de AOW-leeftijd bereikt. Deze wijziging moet nog wel in de wet worden vastgelegd.

Wilt u weten wanneer u AOW krijgt en hoeveel dat is? Kijk dan op www.svb.nl/aow.